Een gebouw met 1001 verhalen ter prikkeling van alle zintuigen

Category: Editie 89

Een gebouw met 1001 verhalen ter prikkeling van alle zintuigen
 
Wanneer de passie de wet preekt, ontstaan er altijd mooie dingen en wordt er op geen inspanning gekeken. Dat geldt voor wel meer mensen, maar is zeker van toepassing op bloembindster Sabine Pinnewaert en vooral tuin- en landschapsarchitect Marc De Ronne. 25 jaar geleden kocht hij een vervallen boerderij en toverde het – grotendeels zelf - om tot een stukje paradijs voor al wie van natuur, rust en geschiedenis houdt. Want naast duivel-doet-al is Marc ook een geboren verhalenverteller aan wiens lippen je hangt telkens wanneer hij stopt bij een roos in zijn tuin of een steen van zijn woning. Achter elke hoek schuilt hier een verhaal.
 
Wanneer je het Ropoortstraatje in Kruishoutem inslaat, zie je het al op een bord aan de privé-oprijlaan: ‘Hof ter Rode Poorte, eerste vermeldingen dateren van 1502.’ Het mag duidelijk zijn dat aan dit bouwwerk een rijke geschiedenis kleeft. Toen Marc het een kwarteeuw geleden echter kocht, was de boerderij met koeienstal er beroerd aan toe. Waar nu de rozentuin ligt, zaten de koeien tot over hun poten in de modder. Er stonden enkel wat berken en die ene appelaar. Toch zag Marc er het potentieel van. De toenmalige boerderij is intussen al voor een groot stuk gerenoveerd en uitgebreid tot een ruime, landelijke villa boordevol karakter en authenticiteit. Vooral dat laatste was voor Marc enorm belangrijk. Zo zie je doorheen de hele woning aspecten die aan het verleden doen herinneren. Marc heeft geen enkele inspanning gedaan om zaken te verstoppen, integendeel. Enkel diegene die te afgeleefd of rot waren, werden vervangen. Heden en verleden gaan hier mooi hand in hand.
 
Marc is altijd gepassioneerd geweest door bouwen en gebouwen. Op zijn veertiende leerde hij zelf metselen en toen hij zeventien was, metselde hij eigenhandig het huis van zijn ouders. Vijf jaar aan een stuk nam het al zijn vakanties in beslag. Hij wou architectuur studeren, maar dat duurde voor zijn vader te lang. Dus koos Marc een kortere studie, namelijk tuinarchitectuur. Zo combineerde hij twee passies, want hij houdt van de natuur. Hij vindt het wel jammer dat veel mensen het contact met de natuur zijn verloren en niet even passioneel met bloemen en planten omgaan. Kort na zijn studies startte Marc zijn eigen zaak ‘Tuinen de Ronne’. Vrij snel groeide het tot een bloeiende zaak met intussen vijf werknemers uit. 25 jaar lang kneedde Marc deze boerderij naar zijn wensen met een voorliefde voor natuurlijke materialen. Met een verbluffend resultaat als gevolg. Wanneer je de privéwoning binnenstapt langs het Ropoortstraatje, kom je in de charmevolle leefkeuken met eettafel. Deze ruimte deed oorspronkelijk dienst als opslagruimte voor onder andere de tractor en wagen van de vorige eigenaar. Die had twee ingangspoorten die nu zijn dichtgemaakt met een houten porte-fenêtre en ijzeren raamwerk, beide in glas met onderverdelingen. Het is al meteen moeilijk om er één zaak uit te lichten, want naast de mooie houten keuken met arduinen blad en zwart fornuis van AGA, valt ook het mooie houtwerk van het dakgebinte op. Net als de grill en schouw die Marc zelf bouwde. Marc: ‘Zalig om hier met kerstmis onder vrienden een heerlijke côte à l’os te grillen en ondertussen wat te keuvelen.’ Overal in huis bewaarde Marc zoveel mogelijk de originele muren en houten dakgebinten die hij hier en daar opfriste en retoucheerde. Eén van de olmen balken die geen dragende functie had, zaagde hij in drie en gebruikte hij als gebinte boven het fornuis. Als spatplaat nam hij een stuk metaal dat hij op maat sneed en verniste. Eens voorbij de keuken komen we in de oorspronkelijke woonvertrekken met eerst een polyvalente ruimte
– strijk- of speelruimte voor de kinderen – en daarna de vroegere voute(kamer). Via een gang met links een nieuwe trap naar de zolderverdieping – die nog niet gerenoveerd werd en waaronder er toegang is tot de (wijn)kelder met prachtige blauwe houten toegangspoorten - komen we terug op de smalle gang. Daar treffen we rechts een eerste living aan met open haard. Oorspronkelijk zat daar een dubbele Vlaamse schouw die zowel vanuit deze ruimte als vanuit de achterliggende slaapkamer bediend kon worden, maar bovenaan volledig vernield was. Marc maakte er
zelf een bruikbare open haard van die heerlijk knispert. Net als op vele andere plaatsen valt ook hier de kleine, authentieke deuren op. De afwerking van de muren
met behang in blauwgrijze en zwarte, verticale stroken maakt het extra gezellig.
 
We vervolgen onze weg door de gang die afgewerkt is met kwartsverf en ook Maroc, een decoratieve pleistertechniek die een verweerde indruk geeft. Deze krijgt een herhaling links in de badkamer en rechts in de slaapkamer. Vanuit de slaapkamer zie je het mooie effect van deze techniek op de drie ruimtes in één beeld. Het einde van de gang is meteen ook het einde van de oorspronkelijke woning, waar de vorige eigenaars met vijf kinderen in woonden. Dit is het eerste luik van de verbouwingen die Marc doorvoerde. Voorbij de gang, komen we in de voormalige koeienstal. Deze is nu privébureau geworden met een tweede living. Fantastisch aan deze ruimte zijn de oorspronkelijke gewelven die bewaard zijn gebleven, net als vier leistenen tussenschotten, ‘sleien’, waar de koeien vroeger stonden. Door er tegenaan te wrijven zijn die als het ware gepolierd door de koeien zelf. Dankzij dit verhaal komen deze elementen enigszins tot leven. Hier en daar zie je reliëf in de muren, destijds uitgesleten door de hoorns van de koeien. Ook de ramen zijn vernieuwd en iets lager geplaatst. De open haard lijkt er altijd te hebben gestaan, wat uiteraard niet kan in een koeienstal. Marc heeft ze zelf opgebouwd met behulp van loodzware dekstenen die hij ergens heeft opgekocht en die vermoedelijk afkomstig zijn van een kasteel. Je ziet bovenaan de driehoekige vorm ringinkepingen die waarschijnlijk een extra versterking waren voor de bovenstaande borstwering. Via een bouwvallig afdak liepen de koeien in de modder buiten en langs de mestput. Dit afdak is een heerlijke wintertuin geworden die met glas is afgesloten en zo zorgt voor voldoende natuurlijk licht. Wanneer we de voormalige koeienstal verlaten, komen we in de publieke ruimtes. Rondomrond hangen, staan en liggen er bloemen. We zijn duidelijk in de bloemenwinkel van Sabine terechtgekomen. Sabine en Marc leerden elkaar vijf jaar geleden kennen. Zij baatte toen een winkel uit in Asper-Gavere. Drie jaar geleden ruilde ze die in voor deze volledig verbouwde en nieuwe winkel in Hof ter Rode Poorte. Ook hier is het dakgebinte adembenemend. Op de verdieping waar een bureau is voorzien om klanten discreet te kunnen ontvangen – bijvoorbeeld voor rouwboeketten – heb je een mooi zicht op deze houten constructie. Opnieuw is nagenoeg alles bewaard gebleven, wat betekent dat je je hier en daar moet bukken om een overhangende balk te ontwijken. In deze ruimte kwamen de tractoren vroeger hun lading aardappelen, bieten of maïs lossen als voedsel voor de koeien.
 
De volledige schuur met hooizolder – voorheen deel van de bloemenwinkel - is in drie maanden tijd omgetoverd tot een gezellig koffiehuis waar je terecht kan voor een heerlijke koffie of thee met taart en waar er op de middag apero’s en zelfs kleine gerechtjes worden geserveerd met brood. Tegen de avond kan je er genieten van enkele hapjes bij een glaasje wijn of bubbels. In het koffiehuis dat open is sinds 1 mei vallen de sierlijke verlichtingsarmaturen in glas van Dirk Neefs op. Net als de  karaktervolle houten tafels in olm, het houten dakgebinte en de grote zwarte, gietijzeren deuren. Voor dit dak – maar ook voor het overige schrijnwerk, het sanitair en de vloerverwarming – deed Marc een beroep op De Rycke en zonen. Deze firma realiseert ook totaalprojecten, maar met een handig persoon als Marc was dit hier niet nodig. Genieten is hier het codewoord en dat doen de gasten overduidelijk. Ze spreken hem aan en feliciteren hem met zijn levenswerk. Dat hij wel een gelukkig man moet zijn om hier te wonen. De ogen van Marc lichten nog net iets meer op dan normaal bij het horen van deze mooie woorden.
 
Genieten kan je ook in de twee buitenruimtes voor groepen en individuen. De ene ruimte met grote lounge bevindt zich bij de publieke parking en is omgeven door groen. Je kan er op zoveel plaatsen zitten dat je – vanaf zonsopgang tot zonsondergang – al dan niet die zon op je tafel kan laten schijnen. De groene gangen worden er afgewisseld met smaakvolle sculpturen van Hilde Van de Walle. Want genieten betekent ook kunst een plaats geven in het geheel. De andere buitenruimte kreeg de bijnaam ‘de tent’, wat de mooie houten constructie te weinig eer aandoet. In de rug afgesloten door glazen panelen en opzij door een haag waar twee kijkgaten in gesnoeid zijn, is het hier heerlijk verpozen. Dat kan nu ook in de uitnodigende houten fauteuils van Gommaire die in Hof ter Rode Poorte te koop zijn. Helaas zijn deze twee exemplaren al verkocht en zullen dus spoedig verdwijnen. Veranderingen gebeuren hier wel vaker. Zo krijgt de grote glazen luster van Dirk Neefs – die voorheen in het koffiehuis hing – binnenkort een nieuwe bestemming in het bureau boven de bloemenwinkel. Veranderingen geven nieuwe energie en dat moedigen Marc en Sabine aan. Zo valt er steeds weer iets nieuws te ontdekken wat bijdraagt aan de beleving van de klant. Ook leuk is dat het gebouw niet meteen alles prijsgeeft.  Zo werden er tot voor kort – tijdens het bloeiseizoen van de rozen – aperitiefmomenten gehouden in de rozentuin die zich achter de tent bevindt. Ruim 130 soorten rozen waaronder Alba, Bourbon, botanische rozen, Damascener Gallica, Muscosa, David Austin en de Moschata-roos met enkelvoudige bloemen van Louis Lens verzorgt Marc er als zijn eigen kinderen. Marc: ‘Een roos is voor mij de koning der bloemen. Ik hou ervan en ze zijn echt als mensen. Je kan ze onderverdelen in herkenbare soorten zoals je mensenrassen hebt. Het scheppen van één roos is zo arbeidsintensief – een werk van soms jaren - dat je het kan vergelijken met het dragen van een kind. Wat ik mooi vind is dat rozen naar mensen worden genoemd die een plaats in de geschiedenis hebben verdiend zoals de schepper van een soort maar evengoed een kardinaal of een generaal uit een belangrijke veldslag. Neem nu de roos Pierre de Ronsard. Die is vernoemd naar een Franse dichter uit de renaissance. Hij was de zoon van een ridder die wou dat hij in zijn voetsporen trad, maar Pierre werd afgekeurd vanwege een gebrekkig gehoor. Hij legde zich dan maar toe op de letterkunst en heeft tal van woorden in de Franse taal geïntroduceerd. Fantastisch toch? Zo ken ik er nog…’ Wie alle zintuigen wil laten prikkelen met een wandeling in de rozentuin, een filosofische babbel over tuinen, moet zeker eens een kijkje nemen bij Marc en Sabine in Hof ter Rode Poorte te Kruishoutem.
 
                                           
Met dank aan:

Hof ter Rode Poorte
www.hofterrodepoorte.be
 
De Rycke & zonen
www.derycke-zonen.be


foto’s : Hendrik Biegs